My East Africa, Madagascar & other wildlife photos

www.flickr.com More of my East Africa photos
www.flickr.com More of my Madagascar photos
www.flickr.com More of my other wildlife spotting photos

Saturday, November 28, 2009

Vergeten. Verloren. Gestolen. Kapot.

Eenieder die langere tijd op reis gaat, komt niet gans ongeschonden terug. Qua bezittingen dan.
Volgens sommige Oost-Afrika reizigers moet je in 2 à 3 maanden toch rekenen op 1 à 2 keer beroofd worden.
Er wordt gegooid, ruw mee omgesprongen, dingen vallen, intensief gebruikt. Spullen gaan kapot of beschadigen.
In je haast, onoplettendheid, je slechte controle, de chaos, de slordigheid, gebrek aan rekenonderwijs waardoor je beroerd telt, de grote zooi die je maakt, vergeet je spullen. Ze raken kwijt. Zo niet, dan maken anderen ze wel voor je kwijt.

Wat is mijn schade na tweeëneenhalve maand in Oost-Afrika?
Valt alleszins mee. De verhalen die ik onderweg hoorde... Bestolen, beroofd, tas in de bus laten liggen, telefoon kapot, camera verloren, geheugenkaart door weeshuiskinderen gewist, dagboek doorweekt, credit card door de geldautomaat opgegeten.

Vergeten.
Het begint in Nederland. Alles wat je mee moet nemen. Maar lekker in Nederland laat liggen.
* Een prachtige, goede verrekijker gekocht. Verrekijker is duur en kwetsbaar. Gaat dus in de handbagage. Maar mijn rugzak zat vol. Ik moest ook nog wat eten en drinken meenemen enzo. Tas reorganiseren. Leg de verrekijker naast mijn tas neer. Nog vijf minuten de tijd voor ik echt de deur uit moet, anders mis in mijn trein. In Brussel kom ik erachter dat mijn verrekijker niet in mijn bagage zit. In Kenia nog gekeken of ik mijn verrekijker met DHL naar Oeganda kan laten opsturen. Uitzoeken kost teveel tijd. En er is het douane risico: de douane kan best mijn verrekijker achterhouden en wat geld willen om het vrij te laten. Neveninkomsten Africa Style.
* De stylus van mijn telefoon. Heb zo’n moderne smart phone met internet, Office, GPS en touch screen. En hele hoge schermresolutie, dus dikke vingers werkt lastig. Stylus dus. Lag nog op de bank. De rest van de vakantie toch maar dikke vingers gebruikt (leve de nagel) en een pen.
* In augustus had ik bij een design winkeltje in Berlijn een vulpotlood gekocht. Lekker retro type. Ik schrijf niet met pen in mijn boeken. Alle aantekeningen in mijn wildlife boeken doe ik met potlood. De dagen voor vertrek kon ik het vulpotlood ner-gens meer vinden.
* Ik had mijn lekker schrijvende Kukuxumusu pen met schaapjes klaargelegd. Toch zat hij niet in mijn rugzak. Bij de Bruna op Rotterdam Centraal maar een vulpotlood en Bic balpen gekocht. Simpel opgelost.

Verloren.
Onderweg raak je ook dingen kwijt. Je doet het zelf. Soms heb je hulp van anderen.
* De allereerste nacht – ik reken de niet-slaap in tijdens de nachtvlucht naar Addis Abeba niet mee – was in een hotel in Nairobi. Ik sta op. Sla de lakens terug. Pak alles in. Kijk nog 2x onder het bed, in de stoel, in de douche. Niets vergeten. Alleen mijn Datch t-shirt dat ik in 2006 in Rome had gekocht lag nog onder de teruggeslagen lakens. Kwam ik een dag later achter. Was toch een van mijn meer favoriete t-shirts. Nu is er een hippe Keniaan die ermee rondloopt.
* Soms heb je een handje nodig. In Bukoba in Tanzania mijn kleren laten wassen. Slechte organisatie in dat hotel. Aan het eind van de dag moest iedereen zelf zijn was van de lijn halen. De waspersoon was er niet meer. Zelf grabbelen. Een paar sokken van mij ontbrak. Er is nog gezocht. Foetsie. Gelukkig waren het niet mijn dure Falke wandelsokken, maar een paar goedkopere, oude bruine sokken. Het onhandige is vooral dat je nu een dag eerder al je spullen moet laten wassen; je hebt je hoeveelheid t-shirts, ondergoed en sokken afgestemd op een net handige periode van niet-wassen en overbruggingen naar een volgend hotel. Ik heb het overleefd. En de wasman in Bukoba heeft geen geld ontvangen (de was was overigens ook niet goed schoon).
* Meer heb ik niet verloren. Nog geen appel of een fles water in de bus. Valt alleszins mee.

Gestolen.
Ik heb het er met mensen over gehad. Waarom raakt de een zijn geld kwijt en de ander niet? Waarom is mijn rugzak niet opengesneden? De New Posta waar ik in Dar es Salaam elke dag tig keer langskwam is wemelend van de dieven en ook tassensnijders. Ik let op. Weet altijd waar mijn portemonnee, telefoon en compact camera zijn. Ik check dat tijdens het lopen. Bewust van mijn omgeving. Loop zelfverzekerd rond. En voor lokale maatstaven ben ik een grote brede vent. Scheelt. Mijn rugzak is onsnijbaar. Eerst door een stevig kunststof canvas heen, dan door een laag botendekzeil waterdichte laag. Dan nog een fluffy cameratas die erin zit. Veel plezier, het zou mij zeker 5 minuten kosten met een scherp stanleymes. Valt iets teveel op.
Ik laat mijn waardevolle spullen ook niet achter bij iemand anders. Je kent iemand een paar minuten, soms een dag. Ze gaan naar de wc en zeggen: kun je even op mijn telefoon en tas letten? Veel diefstallen gebeuren bij reizigers onderling. Ook locals vertrouwden mij hun spullen toe overigens. Best als je iemand een paar dagen kent en weet waar die verblijft – ik ga ook niet met mijn rugzak naar de wc. Maar verder? Waarom zou je al je bezittingen aan een onbekende toevertrouwen? Wees slim en voorzichtig.
Als je je rugzak met camera, papieren en dergelijke in je hotelkamer achterlaat, dan gaat de rugzak op slot en met slot vastgemaakt aan het bed. Als ze de boel dan stelen, hebben ze er in elk geval moeite voor gedaan.
Geld ook niet op 1 plek stoppen. Genoeg die rondlopen met hun moneybelt óver hun broek. En alles zit erin. Mijn geld is verborgen op 4 totaal verschillende – en onlogische – plekken. Nee, niet waar Papillion – zie de film – zijn geld had verstopt. Dat is dezelfde plek als waar Captain Koons het gouden horloge van Butch’ vader had verstopt in Pulp Fiction. Die locatie gaat me te ver.
* Niets dus.

Kapot.

Ok, je doet wat schade op onderweg.
* Mijn camera rugzak heeft een zigzag elastiek achterop. Kun je een trui of jas tussen proppen. Vers elastiek is strak. Na een paar dagen vond het de fleecetrui en windjack niet lief genoeg. Het knapte. Beter: schoot los bij het aanhechtingspunt van het verbindingsblokje. Geen groot probleem. Een knoop was goed voor de rest van de reis.
* Hutje in het moerasoerwoud bij Kibale Forest in Oeganda. ’s Morgens blijkt er een mooie halfronde knaagrand weggebeten van de kaft van zowel mijn East Africa Lonely Planet als mijn tot dan in nieuwstaat verkerende Kingdon’s pocket guide to African mammals. Muizen of termieten. Knaagschade.
* Dag 19 komen we ’s morgens vroeg met de boot in Mwanza aan. Bij het ontbijt is de compact camera van T. weg. Overal gezocht. Nergens zijn camera. Samen met T. loop ik door de regen de weg naar de haven terug. In de hoop dat we de camera vinden of dat de agent bij de gate iets heeft gehoord. Op een drafje lopen we richting haven. De badkamertegels voor een bank moet je niet overheen rennen als het regent. Ik ga onderuit. Knie open, scheur in mijn zwarte afritsbroek bij de knie. Niet al te groot. Toch oude broek. Verder weinig gedragen.
* Mijn imagetank is mijn belangrijkste bezit. Steel mijn paspoort. Niet mijn imagetank. Daar kopieer ik al mijn foto’s op van mijn geheugenkaarten. 250 GB opslagruimte. De imagetank heeft de reis overleefd, heb alle foto’s. Alleen na een paar weken deed 1 knop het niet meer. Om een map terug omhoog te gaan. Niet handig als je foto’s wilt bekijken of zoeken. Je gaat een map met foto’s in. Niet de juiste map, kunt niet 1 stap omhoog, dus image tank uitzetten. Weer navigeren naar de volgende map. Onhandig, maar niet onoverkomelijk.
* Je koopt een prach-ti-ge zonnebril in Madrid, omdat het superzonnig is in april. Geeft er een euro of 40 aan uit. Dan stop je op Zanzibar je zonnebril in je broekzijzak. Daar zit ook een bolletje wol genaamd Youssouf. De gecombineerde druk blijkt teveel te zijn. Poot afgebroken. Niet van Youssouf. De volgende 6 weken zonder zonnebril door Afrika rondgelopen.
* De Rotterdamse Bic pen heeft het een week of 7 á 8 overleefd. Daarna was de plastic tip kapot. Maar een pen gekocht in Dar es Salaam. Kostte me wel een kwartje. Ongeveer.
* Als je gaat douchen in de YMCA in Dar es Salaam, dan hou je je broek aan. Naar de douche. Niet eronder. In je broek zit je telefoon, je camera en je portemonnee. Wat je niet wilt, is zoals vorige week bij Zwitserse vriendin C. uit Arusha gebeurde in Oeganda. Even douchen en de was doen, bij terugkomst al je geld en paspoort gestolen. Broek hangt over de douchegordijnstang. Telefoon valt eruit. Batterij. Achterkant. De rest van de telefoon. Niet allemaal in elkaars nabijheid. En vochtig (niet te nat). Telefoon doet het niet. Ook niet na drogen. Na het weekend – 3 dagen telefoonloos – ’s avonds naar een achteraf telefoonreparatiemannetje. Met mijn hoofdlamp hij kijken – langdurige stroomuitval – en test de batterij. Die is ‘dood’. Een boost met de oplader blijkt hem tot leven te wekken. Telefoon werkt weer!
* Je hebt een oude, dungesleten groene broek ‘met van die zakken aan de zijkant’. Door de ruige handwas net ietsje dunner geworden. Je zit in een zweterig warme bus naar Mikumi. Je broek trekt en plakt. Je trekt hem iets omhoog, door bij je broekzakken te trekken. Scheur. Horizontaal. Valt gelukkig weinig op. Heb later in Lushoto nog twee mooie scheurtjes in de broek getrokken. Ook lekker zweten daar als je door de bergen loopt. Aan het eind van de vakantie de broek maar in Arusha achtergelaten.

Al met al mag ik tevreden zijn denk ik. Weinig Vergeten. Weinig Verloren. Niets Gestolen. Niets onoverkomelijks Kapot.

2 comments:

  1. Leuk verhaal.
    De grote brede vent en zijn wollen beestje veilig terug. En ze leefden nog lang en gelukkig.

    ReplyDelete
  2. :-) Precies. Wollen beestje is wel wat viezer inmiddels.

    ReplyDelete